Beschermingsduur van naburige rechten

De naburige rechten op uitvoeringen, films en omroepprogramma's vervallen na 50 jaar, gerekend vanaf de eerste januari van het jaar volgend op het jaar waarin:
- de uitvoering heeft plaatsgevonden en/of
- het omroepprogramma is uitgezonden en/of
- de film voor het eerst is vastgelegd.

Maar: 70 jaar voor geluidsopnamen
Sinds 9 oktober 2013 geldt een afwijkende beschermingstermijn van 70 jaar, in plaats van 50 jaar, voor geluidsopnamen. Nederland voldoet hiermee aan een Europese richtlijn. Deze verlengde termijn zal echter alleen gelden voor naburige rechten in het kader van muziek. Het gaat hier dus om de opnamen van uitvoerend musicus en de muziekproducent. De rechten van producenten van geluidsopnamen vervallen na 70 jaar, gerekend vanaf de eerste januari van het jaar volgend op het jaar waarin de geluidsopname is vervaardigd.

Voor de uitvoerend kunstenaar, de producent van geluidsopnamen en de filmproducent is er nog een alternatief moment. Voor de uitvoerend kunstenaar kan dit het moment zijn waarop een opname van de uitvoering voor het eerst in het verkeer is gebracht. Er kunnen verschillende opnamen zijn en daardoor verschillende termijnen lopen. Als een opname echter 50 jaar na de uitvoering pas in het verkeer wordt gebracht gaat er geen nieuwe beschermingstermijn lopen aangezien de beschermingsduur dan erg lang gerekt zou kunnen worden.
Voor de producent van geluidsopnamen kan dit het moment zijn waarop de geluidsdrager rechtmatig in het verkeer is gebracht of openbaar is gemaakt. Voor de filmproducent geldt een soortgelijke regel.

Het auteursrecht geldt tot 70 jaar na de dood van de maker (o.a. schrijvers, componisten en tekstdichters) van een werk. Anders dan bij het auteursrecht, gaat het bij de beschermingsduur van naburige rechten in eerste instantie niet om de persoon, maar om bescherming van de uitvoering en de opname daarvan.

Bij een ‘recente’ (minder dan 50 jaar oude) uitvoering of opname van een ‘oud’ (meer dan 70 jaar na de dood van de maker gemaakt) werk kan het dus zo zijn dat de geluidsdrager wel nog beschermd wordt door naburige rechten, terwijl er geen auteursrecht meer rust op het werk in kwestie. Dit is vaak het geval bij geluidsdragers met klassieke werken van bijvoorbeeld Beethoven, Mozart of Bach. Op elke nieuwe uitvoering of opname van een dergelijk werk worden naburige rechten verkregen.

Erven
Overlijdt de naburig rechthebbende, dan komt zijn naburig recht automatisch in handen van zijn wettelijke of testamentaire erfgenamen. Een uitzondering hierop vormen de persoonlijkheidsrechten.