Muziekproducent

Een muziekproducent heeft eigen naburige rechten op de geluidsopnames die hij gemaakt heeft. Het naburige recht stelt de producent in staat de opnames waarin hij heeft geïnvesteerd, commercieel te exploiteren.

Dit recht houdt in dat iedereen die deze muziek(opnames) wil gebruiken voor iets anders dan persoonlijk gebruik, hiervoor toestemming nodig heeft van de producent, uitzonderingen daargelaten (bijvoorbeeld de onderwijsexceptie). Het kan bijvoorbeeld gaan om toestemming voor het kopiëren, uitzenden, op een website zetten, streamen, uitlenen of verhuren.

Voor het maken van een remix is toestemming van de auteursrechthebbende op het oorspronkelijke werk nodig; dat is immers een vorm van bewerken. Wel kan op de remix weer een zelfstandig auteursrecht komen te rusten, als deze bewerking tenminste voldoende origineel is. Als voor de bewerking gebruik wordt gemaakt van bestaande opnamen (samples)  is ook toestemming nodig van de naburig rechthebbenden (de artiest en de oorspronkelijke producent). Om de auteursrechtelijke aspecten van het vastleggen van muziek te regelen kan een producent terecht bij Buma/Stemra; hij heeft hiervoor toestemming nodig van Stemra.

Voor het uitbrengen van een muziekopname (op cd of iTunes bijvoorbeeld) is uiteraard de toestemming nodig van alle betrokken rechthebbenden: componist, tekstdichter, artiesten etc. De meeste componisten en tekstdichters worden vertegenwoordigd door Stemra. Veel muziekproducenten hebben een doorlopende overeenkomst met Stemra: een BIEM-contract. Dit contract geeft producenten de mogelijkheid ieder halfjaar (achteraf) de auteursrechten voor alle verkochte geluidsdragers af te rekenen. Een muziekproducent moet aan strenge eisen, de standaardvoorwaarden van BIEM, voldoen om zo'n contract met Stemra te kunnen sluiten.

Vergoedingsrecht
Er zijn uitzonderingen met betrekking tot de vereiste toestemming van de rechthebbende. Zo mag een horeca-exploitant, muziekschoolhouder of DJ muziek op geluidsdragers die verkocht worden gewoon draaien in zijn onderneming zonder vooraf toestemming te vragen. Ze moeten voor die openbaarmaking wel geld betalen, aan Sena (voor de artiesten en muziekproducenten) en aan Buma/Stemra (voor de auteurs en componisten). Hier kan men dus spreken van een vergoedingsrecht in plaats van een verbodsrecht.
 
Bibliotheken mogen ook zonder eerst toestemming te vragen muziek uitlenen. Maar ook daar krijgen de rechthebbenden geld voor: een vast bedrag per cd of dvd dat de uitlenende bibliotheek betaalt aan de Stichting Leenrecht. Deze stichting keert het geld via haar verdeelorganisaties dan weer uit aan de muziekproducent, de uitvoerende artiest en aan de componist/tekstdichter.

Omroepen hoeven ook niet voor iedere cd die ze draaien apart toestemming te vragen aan de producent. Maar ze moeten wel betalen voor het gebruik van de single, cd, mp3 of dvd. Dat doen ze via Sena (voor de artiesten en producenten) en aan Buma/Stemra (voor de auteurs en componisten).

Royalty
Muziekproducenten maken beeld- en geluidsopnames met en van musici en exploiteren/verkopen die zoveel mogelijk. Met de musici sluiten ze hiervoor een contract waarin staat hoeveel de artiest betaald krijgt voor zijn werk. Meestal is dat een percentage per verkochte geluidsdrager.
 
Auteursrecht
Voor het vastleggen van werken van componisten en tekstdichters die minder dan 70 jaar geleden zijn overleden, moeten muziekproducenten toestemming vragen. Er berust dan immers auteursrecht op het werk dat wordt vastgelegd. In Nederland wordt dat geregeld door Buma/Stemra. Stemra geeft toestemming voor het vastleggen van een werk mits er een vergoeding tegenover staat. Dit bedrag moet óók betaald worden als de artiest en de tekstdichter/componist dezelfde zijn. Die persoon krijgt dan voor zijn opnames en cd-verkoop op twee manieren geld: via de producent en via Buma/Stemra.