Overzicht mogelijke aanknopingspunten voor vergoeding hergebruik uit bestaande uitgaven

De gemiddelde publieksprijs per pagina
Als uitgever en auteur het gebruik van het werk tegen betaling toestaan, hanteren boekenuitgevers voor vormen van in potentie vervangend hergebruik de gemiddelde publieksprijs per pagina als uitgangspunt voor vergoeding. Dit is de verkoopprijs gedeeld door het aantal redactionele pagina’s, vermenigvuldigd met de oplage of het aantal feitelijke gebruikers. De sublicentiehouder betaalt in deze gevallen feitelijk dezelfde prijs als de koper van het boek, maar dan naar rato van het aantal pagina’s dat hij afneemt.

Royaltybeginsel
Als er sprake is van een afgeleide exploitatievorm (die in beginsel additionele inkomsten met zich mee kan brengen) is het meest redelijk en voor de hand liggend om de rechthebbenden op het oorspronkelijke werk te beschouwen als auteurs van (een gedeelte van) de uitgave waarin het oorspronkelijke werk wordt opgenomen. 
Wanneer er sprake is van een normale verkoopprijs van de afgeleide uitgave kan het geldende royaltypercentage – of bij gebreke daarvan – een gemiddeld royaltypercentage van bijvoorbeeld 10% worden genomen. Dit wordt berekend naar rato van het aandeel dat het overgenomen werk uitmaakt van de andere uitgave. Met ‘normale verkoopprijs’ wordt gedoeld op de gangbare commerciële prijs voor een dergelijke uitgave. Die royaltyregeling kan worden gebaseerd op het verkoopresultaat van de afgeleide uitgave of – als de rechthebbenden op het oorspronkelijke werk boter bij de vis willen – op de vervaardigde oplage.

Grondslag billijke vergoeding
Bovengenoemd royaltybeginsel wordt ook gehanteerd voor de tarieven die gelden voor het overnemen van een kort werk of kort gedeelte in een onderwijspublicatie. De wetgever staat dit toe, mits hiervoor een billijke vergoeding wordt betaald. Deze ‘billijke vergoeding’ is een andere dan de normale commerciële vergoeding. In brancheregelingen voor onderwijspublicaties (zoals de Regeling Bloemlezingen en de WEU-regeling) is dit opgelost door de uitkomst van de eerder genoemde berekeningsformule voor een royaltyvergoeding naar rato van de bijdrage te delen door twee. In feite bedraagt de vergoeding voor een overgenomen kort gedeelte dan 50% van wat anders een normaal auteurshonorarium zou zijn, naar rato van het aantal pagina’s in de nieuwe uitgave.

Deze formule voor een billijke vergoeding wordt ook wel gehanteerd in gevallen waarin uitgever en auteur afzien van de normale auteursvergoeding die geldt voor commercieel gebruik, maar wel een billijke vergoeding wensen te ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een uitgave met een ideëel doel.
Omgekeerd kunnen de tarieven van de Regeling Bloemlezingen en de WEU-regeling (zie paragraaf 4.6.c) gebruikt worden als aanknopingspunt voor de vergoeding in geval geen billijke vergoeding door de wetgever is voorgeschreven (geen kort gedeelte of wel een kort gedeelte maar niet voor het onderwijs) en men de berekening niet voor de desbetreffende uitgave kan maken, maar op gemiddelden wil baseren. In dit geval verdubbelt men eenvoudigweg de tarieven van deze regelingen.

Andere aanknopingspunten
Wanneer er geen sprake is van een hanteerbare verkoopprijs van een boek (bijvoorbeeld omdat het een boekuitgave is van een gesubsidieerde instantie die geen (normale) verkoopprijs hanteert of het betreft een overname in een tijdschrift, krant of andere gebruiksvorm zonder een met het boek vergelijkbare prijsstelling), moet naar andere aanknopingspunten worden gezocht om de vergoeding te regelen.
Dit kan door te kijken naar de honorering van het desbetreffende over te nemen (gedeelte van het) werk voor de oorspronkelijke uitgave. Bij hergebruik kan men een percentage van die vergoeding hanteren, bijvoorbeeld 50%. Nadeel van deze methode is dat de vergoeding geen enkele relatie heeft met de waarde die het werk heeft in en voor de uitgave waarin het oorspronkelijke werk (of een gedeelte daarvan) wordt opgenomen.
Een goed bruikbaar alternatief is om de gemiddelde vergoedingen die bij overname in en uit boeken betaald worden, ook te hanteren voor andere gebruiksvormen. In feite is dit ook gebeurd bij de collectieve regelingen voor reprorecht, de readerregeling en de Regeling Bloemlezingen, waarbij de tarieven ook hun oorsprong vinden in de boekenbranche en van toepassing zijn verklaard op andere geschriften zoals kranten en tijdschriften. Deze benadering leidt tot de volgende aanknopingspunten voor vaste overnametarieven per pagina:
- in geval van vervangend gebruik: de verkoopprijs per boekpagina varieert doorgaans van 10 tot 15 cent per pagina, te vermenigvuldigen met het aantal overgenomen pagina’s en de oplage van het andere werk;
- voor de berekening van een billijke vergoeding kan gekeken worden naar het reprorechttarief (4,5 cent per pagina) of het readertarief, in beide gevallen ook te vermenigvuldigen met het aantal overgenomen pagina’s en de oplage van het nieuwe werk.
- In de regeling voor knipselkranten en knipseldiensten zijn de tarieven gebaseerd op een royaltyvergoeding van 25% van de verkoopprijs per knipsel die door de knipseldienst wordt gehanteerd. Voor een gearchiveerd knipsel geldt een toeslag van 50%. Bij intranettoepassingen wordt uitgegaan van 10% van de op intranet aangesloten werknemers als gebruikers. (Zie voor meer informatie over de regeling knipseldiensten en knipselkranten: www.clip.nl.)

Gebruik in een intranetomgeving of anderszins afgeschermd gebruik
Bij de verlening van het recht op elektronisch gebruik is het heel belangrijk om de gebruikersgroep en het toegestane gebruik goed te definiëren. Maar dit zijn niet de enige belangrijke aandachtspunten.
De uitgever verleent de afnemer doorgaans een niet overdraagbaar en niet exclusief gebruiksrecht op de elektronische uitgave. Het is belangrijk dit gebruiksrecht goed te omschrijven. Zo moet worden bepaald of het de afnemer is toegestaan om (een deel van) de elektronische uitgave aan te wenden voor (extern) (her)gebruik gericht op, of bestemd voor een derde. Of dat de afnemer, indien on line toegang tot de elektronische uitgave mogelijk is, al dan niet alleen via het eigen modem toegang heeft tot de elektronische uitgave. Als alleen een bepaalde gebruikersgroep toegang tot de elektronische uitgave mag krijgen, dient dat expliciet te worden bepaald in de licentie. 
Is het aan de afnemer toegestaan om de elektronische uitgave te integreren met eigen programmatuur of elektronische gegevensverzamelingen of die van derden? Normaal gesproken is het de afnemer niet toegestaan de beveiliging of andere digitale managementinformatie te verwijderen of aanduidingen van merken, handelsnamen, titels en auteursnamen te wijzigen of te verwijderen. De afnemer is gerechtigd een reservekopie te maken of op te vragen bij de uitgever wanneer dat noodzakelijk is voor het waarborgen van de continuïteit van het toegestane gebruik in het geval van een calamiteit.

Wanneer de licentie niet aan de zogenaamde ‘eindgebruiker’ wordt verleend maar aan een intermediair (bijvoorbeeld een bibliotheek, onderneming of onderwijsinstelling), is het van belang om te definiëren welke gebruikers toegang tot de elektronische uitgave krijgen, de locatie(s) waarbinnen dat gebruik is toegestaan en de wijze waarop de uitgave ter beschikking mag worden gesteld. Deze zogenaamde ‘geautoriseerde gebruikersgroep’ vormt de basis van de prijsstelling van de elektronische uitgave. Er kan immers meestal niet meer over een oplage worden afgerekend, maar wel over het aantal gebruikers gerelateerd aan het toegestane gebruik. Er zal dan ook enige meting van het gebruik moeten plaatsvinden om een reële prijs te kunnen vaststellen. Meestal gaat men bij de aanvang uit van een redelijke schatting van de zogenaamde ‘effectieve gebruikers’. Dit is de ‘elektronische oplage’. Meestal zijn niet alle mensen die toegang hebben tot het netwerk ook echt gebruikers van de uitgave. Door het bijhouden van het gebruik kan later geverifieerd worden of de aannames kloppen en zo nodig kunnen de tariefvoorwaarden overeenkomstig worden aangepast.

Er zijn nog andere aandachtspunten voor het vaststellen van een gebruikslicentie voor een elektronische uitgave. Indien de uitgever de uitgave on line ter beschikking stelt, zal hij ook de inspanningsverplichting op zich moeten nemen te zorgen voor continue toegang met uitzondering van perioden waarin onderhoud plaatsvindt. Biedt de uitgever ook technische ondersteuning (helpdesk)? Omvat de licentie al dan niet een abonnement op updates en zo ja tegen welke prijs? Is er een afspraak over de duur van het gebruiksrecht? Nog belangrijker, is er een afspraak over de consequenties van beëindiging van het gebruiksrecht? Hoelang garandeert de uitgever – gegeven de ontwikkeling der techniek – het goed functioneren van de software? Moeten de gegevensdragers retour gestuurd worden? Dient de afnemer direct na beëindiging van de licentie de inhoud van de uitgave te verwijderen uit alle aanwezige (computer)apparatuur? En dient hij de uitgever in staat te stellen desgewenst de naleving van deze verplichting te (doen) controleren?

In elektronische vorm is misbruik nog makkelijker, sneller en zonder enig kwaliteitsverlies. Dit maakt de naleving van licenties nog moeilijker controleerbaar. De verlening van elektronische rechten is derhalve voor een groot deel gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Vertrouwen bij de gebruiker dat de uitgever zijn informatieaanbod tijdig, volledig en betaalbaar blijft aanbieden; vertrouwen bij de uitgever dat de gebruiker zich houdt aan het toegestane gebruik waarop de exploitatie is afgestemd. In de meeste gevallen kan misbruik op grote schaal wel eenvoudig worden getraceerd en dan zal de gebruikslicentie onmiddellijk worden verbroken.

Elektronisch gebruik maakt in beginsel ook elektronische registratie van iedere vorm van gebruik mogelijk. Dit kan voor de bepaling van de gebruiksvoorwaarden en voor het afstemmen van de inhoud op de vraag buitengewoon nuttig zijn. Het is niet in alle gevallen nodig, of om privacyredenen gewenst, dat per gebruik, bijvoorbeeld per keer dat bepaalde informatie wordt opgevraagd, het gebruik wordt geregistreerd en afgerekend. Bepaalde gebruiksrechten kunnen heel goed jaarlijks worden afgekocht in de vorm van een abonnement op de toegang tot een bepaalde databank. Dit bepaalt tevens de mogelijkheden om met de auteurs af te rekenen. Wordt het gebruik geregistreerd, dan kan de uitgever de auteur wiens werk is gebruikt op grond van deze gegevens honoreren naar rato van dat gebruik. Wanneer geen gebruiksgegevens bekend zijn, ontkomt de uitgever niet aan een andere verdeelsleutel van het auteursaandeel in de exploitatie. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een toeslag op het afgesproken honorarium voor de oorspronkelijke bijdrage van de auteur.

NB  Meer informatie over de genoemde regelingen om deze aanknopingspunten goed te kunnen toepassen vindt u in de hoofdstukken 4 en 7 van de Auteursrechtgids voor de Nederlandse praktijk.